Slaapproblemen in de overgang hebben meestal meerdere oorzaken. Veranderende hormonen spelen een belangrijke rol, maar ook stress, emoties en leefstijl hebben invloed.
Minder rustgevende hormonen
Tijdens de overgang neemt de hoeveelheid progesteron af. Dit hormoon heeft een rustgevend effect en helpt je lichaam ontspannen. Als progesteron daalt, kan het lastiger worden om tot rust te komen en in slaap te vallen.
Veranderende hormonen en temperatuur
Veranderingen in oestrogeen beïnvloeden onder andere je lichaamstemperatuur. Hierdoor kun je last krijgen van opvliegers of nachtelijk zweten, die je uit je slaap halen of onrustig laten slapen.
Verstoorde slaapcyclus
Door hormonale veranderingen kan je natuurlijke slaapcyclus veranderen. De diepe slaap, waarin je lichaam herstelt, wordt vaak korter. Daardoor kun je voldoende uren slapen en je toch niet uitgerust voelen.
Meer onrust en piekeren
De overgang kan je gevoeliger maken voor stress en emoties. Piekeren, innerlijke onrust of stemmingswisselingen maken het lastiger om te ontspannen en in slaap te vallen.
Minder aanmaak van slaaphormonen
Je lichaam gebruikt serotonine om melatonine aan te maken, het hormoon dat je slaperig maakt. Tijdens de overgang kan deze balans veranderen, waardoor inslapen of doorslapen moeilijker wordt.
Een lichaam dat ‘aan’ blijft staan
Bij sommige vrouwen maakt het lichaam meer cortisol aan, het stresshormoon. Dit kan ervoor zorgen dat je ’s avonds of ’s nachts alert blijft, terwijl je juist wilt ontspannen.